Flepser & M’lein in Aruba
The epic story of 2 drunken munkies in paradiseArchief voor Strand
Baby Beach
Helden, vrienden, lugubere bajesklanten en olijke levensgenieters. Hier wederom een snufje digitaal leven uit de tropische texel-variant. Variant omdat het aantal schapen op Texel evenredig is aan het aantal graden en cocktails op Aruba. Vanzelfsprekend zijn wij zelf niet vies van een schaapje, al is een weiland vol cocktails ook niet onaardig. Terzake… tijd is drank. Marjolein en ikzelf, wat al een spetterend fenomeen opzich is, besloten ons knusse optrekje (voorzien van een spiksplinternieuwe en, eerlijk is eerlijk, estetisch zeer verantwoorde airco) te verlaten om op het uiterste puntje van Aruba een dagje parelwit strand te genieten. Ons oog was gevallen op Baby Beach, een prachtige locatie met uitzicht op zowel de woestere kustlijn van Aruba als een fantastisch rokende olie raffinaderij. Nee niet alles is cactusgeur en ondergaanse-zonneschijn op God’s vakantie eiland. Maar evengoed prachtig helder water met zacht kabbelende golfjes strandend op fluwelen zandbankjes en zowel boven als onderwater flora en fauna die menig natuurliefhebber zou kunnen omschrijven als oogstrelend en mits obsessief liefhebber zelfs orgastisch. Deze epische beelden werden ons door de zonnebril heen op het netvlies gebrand toen “the green bean”, na ruig lavagesteente en zanderige vlaktes overmeesterd te hebben, driftig doch elegant zijn parkeerplaats voor die dag betrad. Onze spraakmakende grijs-oranje koeltas, die gevuld was met benoemenswaardige lekkernijen door ons Marjoleintje, werd vastgegrepen en meegevoerd opweg naar ons tijdelijk verblijf voor deze strandsessie. We hadden een heerlijk hutje afgedekt met palmbladeren tot onze beschikking en we voelden ons thuis als nooit tevoren. Aanschouw de vrouw des huizes.
Het leven gaat gewoon door, boekjes moeten gelezen worden en ruggen gebruind. Net zoals er naar verscheidene barretjes gegaan moet worden. Bij deze word er dus een abrupt eind gemaakt aan dit bericht en zult U genoegen moeten nemen met verschillende kunstige foto’s.
To be continued…
“Seastar Bob”
Gegroet vriend en eventueel vijand van het in ieder geval goede leven. Na weer een spectaculair dagje niks doen in Aruba hebben we toch op meesterlijke wijze een aantal foto’s met hoge amusements-waarde weten te schieten. Lekker uitgeslapen zijn we vertrokken richting Malmok beach waar wederom de rust zelve ons met open armen ontving. Na mijn uiterst legendarische duikbril op sterkte (die ik van mijn nog legendarischere vriendinnetje heb gekregen) zorgvuldig uitgespoeld te hebben, besloot ik de liquide onderwaterwereld te trotseren. Terwijl mijn gaarbakkende popje in de verte verdween gaf ik mezelf over aan de aromatische zeelucht en dobberde als een organisch zwembandje richting de hemelsblauwe horizon waar ik menig visje zou waarnemen. Driftig peddelde ik bijna tervergeefs door het golvende oceaantje terwijl mijn bijziende kijkers pupillen tekort kwamen. Zoveel waterse pracht & praal had ik in tijden niet gezien en genoot met een aanzienlijk aantal volle teugen. Maar één specifiek zeemonstertje, waar ik in de waterige dieptes op stuitte, trok mijn volle aandacht. Als een trotse avonturier dook ik naar de parelwitte zeebodem waar dit wezentje waarschijnlijk olijk van zijn pensioen aan het genieten was. Ik heb het natuurlijk over de zeester, die wij later zouden omdopen tot “Seastar Bob” of “Bob S.” voor vrienden. Na Bobs bij de lurven gegrepen te hebben en hem op dus brute wijze ontwaakt te hebben sleurde ik hem door de tropische zeestromen naar de kant. Na eerst deze ontschuldige zeester, verstoorde ik nu ook Marjolein’s rust door haar naar de branding te sommeren inclusief fototoestel. Aanschouw de digitale resultaten van dit fenomeen.
Ja die Bobs, hij was me het spreekwoordelijke mannetje wel, want eerlijk is eerlijk, wij hebben geen flauw idee wat het verschil tussen een mannetjes en vrouwtjes zeester is. Maar om de rode draad van het verhaal weer door het oog van de naald te halen, besloten we na een denderende fotosessie om Bobs toch maar weer op zijn schommelsteen in het water te plaatsen. Ik heb me weer in duikerstenue gehesen om de terugreis in gang te zetten, en na een emotioneel afscheid was ook Seastar Bob klaar voor de woeste tocht naar huis. Met een toeristische omweg kwamen we aan op de plaats van bestemming. Een laatste knipoog en zuignap op de wang was het definitieve eind en scheide onze wegen zich weer. Verslagen peddelde ik weer naar de kant en verorberde een zalig broodje chocolade-pasta die waren voorbereid door mijn nog altijd even lieve vriendinnetje. Het was warm. IJs.
Na de “Mean Green Bean Fighting Machine” geparkeerd te hebben bij de High-rise hotels sprongen we uit ons ge-tie’ripte Jeepje om ergens een verkoelend drankje/ijsje te versnaperen. Eenmaal genesteld onder een leutig parasolletje bij Amici, bestelde Marjolein een scoop hartig Amaretto ijs en ik daarentegen een bol smeuïg Oreo ijs.
Zelden zo voldaan patrouilleerde we over de boulevard van de meest luxeuze hotels die Aruba te bieden heeft en ploften we neer op het zanderige tapijt van Playa Linda. Met ons genânt bezwete lichaampjes kuierde we de turquoise zee in en voldaan speelden we als twee blije kleuters op pakjesavond. Marjoleintje besloot haar gebruinde lichaam nog een tikkeltje te verdonkeren en liet zich subtiel, als de mooiste vis die de oceaan te bieden heeft, stranden op het witte zand. Het duurde geen twee seconden voordat ik uit het water sprong om dit epische moment vast te leggen.
En meer of minder, besluit dit het verhaal en heb ik de gang van zaken tot op heden getracht te illustreren.
Het is hier heerlijk.
Echt waar.